Stuwing

Nadat je baby is geboren beginnen je borsten voormelk (colostrum) te produceren. Dit is een vloeistof die voedingsstoffen en antilichaampjes bevat om de pasgeboren baby tegen infecties te beschermen. Twee tot vijf dagen later beginnen je borsten met het produceren van melk waardoor ze zwaar, opgezwollen en warm aan kunnen voelen. Dit heet stuwing en is een normaal verschijnsel dat een paar dagen tot enkele weken kan aanhouden. Als de verhoogde hoeveelheid moedermelk niet wordt afgenomen, door borstvoeding of met een borstkolf, worden de borsten pijnlijk en hard. Dit is oncomfortabel voor de moeder en maakt het drinken voor de baby moeilijker.

Stuwing vindt meestal in de eerste paar dagen na de bevalling plaats. Je kunt er daarentegen ook last van hebben als je een ritme in borstvoeding hebt opgebouwd, maar om wat voor reden dan ook een sessie moet overslaan, als je plotseling stopt of als je je baby aanzienlijk minder borstvoeding dan gebruikelijk geeft. De meest voorkomende oorzaak is het slecht aanleggen. In dit geval kan je baby niet goed drinken, waardoor je borsten zich vullen met melk.

Harde tepels maken het moeilijker voor je baby om aan te happen, waardoor je kindje harder probeert te zuigen, wat weer kan leiden tot scheurtjes en pijnlijke tepels. Sommige moeders besluiten een paar borstvoedingssessies over te slaan om hun tepels een kans op herstel te geven, maar dit leidt alleen maar tot nog meer stuwing. Langdurige stuwing heeft een verminderde melkproductie tot gevolg of kan uitgroeien tot een borstinfectie, mastitis genaamd.

Hoe herken je stuwing

Typische symptomen van stuwing zijn:

  • Harde, gezwollen en pijnlijke borsten, die er vaak rood uitzien en warm, soms knobbelig aanvoelen,
  • Harde, platte tepels
  • Zwellingen of gevoeligheid rond de oksels
  • Lichte koorts of griepachtige verschijnselen (ga als dit het geval is naar een arts)

Voorkomen

Idealiter geef je je baby de eerste paar uur na de bevalling borstvoeding. Voed verder tussen de één en drie uur, of bij de eerste tekenen van honger. Je baby wordt dan onrustig, zoekt naar de tepel of begint te sabbelen. Praat met een lactatiedeskundige om zeker te weten dat je je baby goed aanlegt. Dit kan een wereld van verschil maken en je beschermen tegen gezwollen of pijnlijke tepels. Als je een voedingssessie moet overslaan, kolf de melk dan af (je kunt dit in de vriezer bewaren en gebruiken als je aan het werk of op reis bent). Probeer als je borstvoeding geeft de borst helemaal leeg te maken voordat je de andere aanbiedt. Start de volgende voedingssessie met de borst waarmee je de vorige sessie hebt beëindigd. Als je de borstvoeding gaat afbouwen, doe dit dan geleidelijk. Door plotseling te stoppen blijven je borsten vol met melk, wat tot zwelling en borstontsteking leidt.

Behandeling

Als je borsten door stuwing gezwollen zijn, probeer dan zo vaak mogelijk borstvoeding te geven. Een warm kompres voordat je gaat voeden kan de borsten verzachten en de melkstroom vergemakkelijken. Paracetamol helpt de pijn en de zwelling te verzachten en als je borsten na het voeden nog steeds pijnlijk en gezwollen aanvoelen, probeer dan een koud kompres. Gebruik een natte handdoek of een borstkompres met kalmerende middelen die tegelijkertijd de zachte huid rond de tepels verzorgen en kloofjes voorkomen. Een zachte massage van de borst vóór en tijdens het voeden kan helpen met de melkstroom. Je baby kan problemen hebben met het aanleggen als de tepels hard zijn. Kolf met de hand eerst een beetje melk af om het gemakkelijker te maken.

Als je geen borstvoeding geeft, probeer dan met de hand of met een kolfapparaat wat melk af te kolven. Een goed passende borstvoedingsbeha die goed ondersteunt, kan ook verlichting bieden.

Als geen van deze oplossingen werkt en je borsten nog steeds gezwollen zijn, neem dan contact op met je huisarts voor verder advies.