Lactatie

Van de conceptie tot de bevalling ondergaat je lichaam aanzienlijke veranderingen om een geweldig huis voor de groeiende foetus te bieden. Maar, het verwekken van een nieuw leven houdt niet op bij de bevalling. De veranderingen in het lichaam van de moeder gaan door, waardoor het lactatieproces kan plaatsvinden en zo in de voeding voor de pasgeboren baby kan worden voorzien en immunologische bescherming kan worden geboden.

Lactatie omvat het proces van melkproductie en de periode waarin de moeder borstvoeding aan de baby geeft. Borsten bestaan voornamelijk uit vetweefsel en de zogenaamde melkklieren. Deze klieren zijn verantwoordelijk voor het afscheiden van de melk. De melk stroomt door speciale kanaaltjes, waarna het via de tepel door zuigende bewegingen in de mond van de baby komt.

Het lactatieproces

Tijdens de zwangerschap, groeien je borsten, worden je tepels groter en donkerder, en zal het je misschien wel opvallen dat de aderen op je borsten beter zichtbaar worden. Als je baby is geboren, stimuleert het hormoon oxytocine het samentrekken van de baarmoeder en het lactatieproces. De eerste melk die je lichaam na de bevalling produceert heet colostrum en is rijk aan voedingsstoffen en antilichaampjes die je baby tegen bacteriën en infecties beschermen.

Na twee tot vijf dagen wordt de echte melk afgescheiden. Dit merk je wellicht omdat je borsten ineens meerdere cupmaten groter en zwaarder worden en warm aanvoelen. Dit heet stuwing en zolang je baby goed drinkt, passen je borsten de hoeveelheid geproduceerde melk aan en zul je geen problemen ervaren. Als je baby daarentegen niet goed drinkt (meestal omdat hij niet goed is aangelegd), kan de zwelling mastitis veroorzaken, een infectie als gevolg van de opeenhoping van melk in je borsten. Daarom is het belangrijk om zo vaak borstvoeding te geven als je baby nodig heeft, of, als dat geen optie is, de melk af te kolven en je borsten leeg te maken.

Lactatie hangt af van de vraag. De hoeveelheid melk die je produceert hangt rechtstreeks af van de hoeveelheid melk die tijdens het voeden wordt opgenomen. De Wereldgezondheidsorganisatie adviseert om binnen een uur na de geboorte borstvoeding te geven en daarna wanneer nodig of bij de eerste hongersignalen van je pasgeboren baby. Idealiter geef je je baby tot zes maanden uitsluitend borstvoeding, waarna je langzaam kunt beginnen met het introduceren van vast voedsel. Volgens de richtlijnen van de WGO wordt borstvoeding in combinatie met vast voedsel tot de leeftijd van twee jaar aangeraden.

Voordelen van borstvoeding

Moedermelk bestaat voornamelijk uit water, maar het bevat ook koolhydraten, vetten, eiwitten, mineralen en andere voedingsstoffen. Al deze ingrediënten zorgen ervoor dat je baby alles binnenkrijgt wat hij nodig heeft om zich goed te ontwikkelen en te groeien. Antistoffen en vitaminen uit moedermelk beschermen je kindje ook tegen infecties tot zijn eigen immuunsysteem sterk genoeg is om het over te nemen.

Andere voordelen zijn een verlaagd risico op allergieën, astma, diabetes and hoog cholesterolgehalte. Baby's die borstvoeding hebben gehad, brengen minder tijd door in ziekenhuizen en zien hun huisarts minder vaak dan leeftijdsgenootjes die met de fles zijn gevoed. Er zijn bovendien studies waarin wordt beweerd dat er een verband is tussen borstvoeding en een hoger IQ.

reguleert de bloeddruk, vermindert de kans op postnatale depressie en kan je beschermen tegen eierstokkanker en borstkanker.