De anatomie van de borst

Voor een goed inzicht in borstvoeding, een goede routine en om problemen te voorkomen, moeten we eerst de grondbeginselen van de anatomie van de vrouwenborst begrijpen. De basisstructuur van de borst bestaat uit:

  • De tepel en de tepelhof – hoofdzakelijk ontworpen om te kunnen drinken. De tepels worden tijdens de zwangerschap meestal groter en de tepelhoven donkerder. Sommige deskundigen zijn van mening dat de natuur dit doet om het voor de baby gemakkelijker te maken om de weg naar de borst te vinden.
  • Borstklierweefsel – in dit weefsel zitten veel kliertjes die melk aanmaken en dit door de melkkanaaltjes sturen, waardoor de melk naar de tepel stroomt. Melkkanaaltjes worden omringd door spiercellen die tijdens het voeden samentrekken en de melkstroom op gang houden.
  • Bindweefsel en vet – deze weefsels bieden ondersteuning aan en bescherming van de tere delen van de borst, waar de melk wordt aangemaakt.
  • Bloedvaten, lymfevaten en zenuwen.

Tijdens de zwangerschap en na de bevalling, ondergaan je borsten ingrijpende veranderingen die allemaal zorgvuldig worden georkestreerd door vier hormonen die je lichaam aanmaakt: oestrogeen, progesteron, prolactine en oxytocine.

Oestrogeen en progesteron worden tijdens de zwangerschap door de placenta vrijgegeven en hun rol is om de borsten op de melkproductie voor te bereiden. Zij zorgen ervoor dat je borsten meer melkkanaaltjes aanmaken, maar de melkproductie begint nog niet. Zodra je baby is geboren en de placenta is verwijderd, beginnen de niveaus van deze hormonen in je lichaam te dalen, waardoor het signaal wordt gegeven dat de melkproductie kan beginnen.

Na de geboorte van je baby is colostrum de eerste melk die door je borsten wordt aangemaakt. Deze dikke en heldere vloeistof zit vol antilichaampjes die je baby beschermen zodat hun immuunsysteem genoeg tijd heeft om zich te ontwikkelen en te versterken. Een paar dagen later wordt de echte melk aangemaakt en merk je dat je borsten opzwellen, zwaar worden en warm aanvoelen. Dit is normaal en gaat binnen een paar weken over.

Zodra oestrogeen en progesteron hun werk hebben gedaan, nemen prolactine en oxytocine het over. Prolactine zorgt ervoor dat je lichaam melk aanmaakt. Elke keer dat je baby drinkt of als je melk afkolft, verhogen de prolactineniveaus in je lichaam, waardoor je borsten het signaal krijgen om meer melk aan te maken. Oxytocine daarentegen zorgt ervoor dat de geproduceerde melk beschikbaar komt in de borsten. De toeschietreflex dus, waarbij de melk uit de verzamelholtes wordt geperst en in de melkkanaaltjes wordt gepompt. Het eerste signaal voor de toeschietreflex is de zuigbeweging die je baby maakt als hij begint te drinken.

De melkproductie in je lichaam wordt op een fascinerende manier geregeld met de hulp van een eiwit dat Feedback Inhibitor of Lactation (FIH) wordt genoemd. Dit eiwit vermindert de melkproductie zodra de borst vol is, waardoor de melk wordt geproduceerd volgens het vraag- en aanbodmechanisme. Als je baby met de borstvoeding stopt of als je een voeding overslaat, verhoogt het niveau van dit eiwit in je borst, waardoor de melkproductie afneemt. Maar andersom geldt hetzelfde. Hoe meer je baby drinkt, hoe meer melk je lichaam aanmaakt. Daarom is het zo belangrijk om zo vaak als nodig borstvoeding te geven, zodat de melktoevoer optimaal blijft.